Projectmails Nieuwsbrieven BRON

Kwalificatie

Terugblik op het testtraject
Voor de elektronische gegevensuitwisseling met BRON was een uitgebreid testtraject afgesproken. In een aantal fasen zijn zowel de leerlingadministratiesystemen van scholen als de informatiesystemen van DUO getest in de keten.

De laatste fase van het testtraject was de zogenoemde Veldtest. Elke softwareleverancier moest een testscenario doorlopen dat was opgezet door de ketenpartners PGNO, DUO Groningen en DUO Zoetermeer. Alle schoolsoorten in het PO waren betrokken bij dit testscenario en alle leveranciers van leerlingadministratiesystemen.
Voorafgaand aan de Veldtest hebben de softwareleveranciers onder verantwoordelijkheid van OCW een technische test, schakeltest en een geregisseerde ketentest doorlopen. Ook deze test was door de ketenpartners voorgeschreven.

De testfase is afgesloten met de Fase Aansluiting BRON (FAB). Deze test betrof een uitwisseling van gegevens in de echte productieomgeving van DUO.

De ketenpartners hebben gezamenlijk de criteria geformuleerd op basis waarvan er met de FAB gestart kon worden. Ook daarbij is weer gekeken de kwaliteit van de systemen van DUO én naar de leerlingadministratiesystemen van de scholen.

Kwalificatie op basis van de Veldtest
PGNPO heeft aan iedere softwareleverancier die aan de Veldtest heeft deelgenomen een kwalificatie toegekend op basis van de resultaten van de elektronische uitwisseling. Deze kwalificatie heeft geleid tot de vermelding op onze PGNPO-website en is voor de betrokken scholen en de softwareleveranciers van die scholen een bewijs dat het testtraject conform de gestelde criteria is afgerond.

Basis voor de kwalificatiecriteria
In de Veldtest zijn door PGNPO ‘bevindingen’ geregistreerd die zich tijdens de test hebben voorgedaan. Dit konden zowel bevindingen zijn over het niet voldoen aan de Programma’s van Eisen als bevindingen die zijn voortgekomen uit de Gebruikers Acceptatietest (GAT). Elk van deze bevindingen is door PGNPO beoordeeld op drie componenten, die gezamenlijk de Ernst van de bevinding bepalen:

  1. Impact van de bevinding. 
    De volgende impact-categoriën zijn van toepassing:

    Impact (van het optreden van de bevinding): 
    Klein: Bevinding zonder directe gevolgen voor de keten en de school (cosmetisch, tekstueel of kleine fout); 
    Gemiddeld: Bevinding met beperkte gevolgen voor de keten en/of voor de school, ‘work-around’ is eventueel mogelijk; 
    Groot: Bevinding met aanzienlijke gevolgen voor de keten en/of voor de school, geen ‘work-around’ mogelijk.
  2. Gebruik (van de functionaliteit waarin de bevinding optreedt).
  3. Kans (dat de bevinding optreedt bij het uitvoeren van de functionaliteit).

De Ernst van een bevinding is de resultante van deze drie factoren en bepaalt of een bevinding opgelost moet worden om gekwalificeerd te kunnen worden. Ook de Ernst kan worden uitgedrukt in Klein, Gemiddeld en Groot.

De Kwalificatiecriteria van PGNPO
Voor alle leerlingadministratiesystemen gelden de volgende Kwalificatiecriteria:

  1. Elke aan de PGN-scan deelnemende school moet met het betreffende leerlingadministratiesysteem alle voor de school relevante en in het testscenario genoemde processen, geheel kunnen doorlopen.
  2. Er staat voor het betreffende leerlingadministratiesysteem geen enkele bevinding meer open met Impact 'Groot', ongeacht de resulterende Ernst.
  3. Er staat voor het betreffende leerlingadministratiesysteem geen enkele bevinding meer open met Ernst 'Groot'.
  4. Er mogen maximaal tien openstaande bevindingen zijn met een Ernst 'Klein' of 'Gemiddeld'.
  5. PGNPO heeft van de in punt 4 genoemde bevindingen per leerlingadministratiesysteem een zogenoemde GAT-rapportage opgesteld. Op basis van deze rapportage heeft elke betrokken softwareleverancier een reactie teruggemeld over de (planning van de) oplossing van de bevindingen.